Impressie plenaire programmaonderdelen
Geen innovatie om de innovatie, maar vanwege de maatschappelijke opgave
Impressie VerDuS congres – 6 oktober 2016, Chassé Theater te Breda

De deelnemers van het VerDuS congres ‘Stedelijke innovaties – de volgende stap’ kregen van burgemeester Paul Depla van de gemeente Breda een duidelijke opdracht mee. Hij verzocht de deelnemers om op zoek te gaan naar de verbinding met de praktijk. ‘Zorg ervoor dat burgers en bewoners een rol gaan spelen binnen stedelijke innovaties.’ Gastheer Depla erkende dat innoveren met vier partijen (overheid, bedrijfsleven, kenniswereld en burgers) bijzonder lastig is, maar desalniettemin niet minder belangrijk. ‘Ga niet innoveren om te innoveren.’



In een paneldiscussie, onder leiding van dagvoorzitter Co Verdaas, kwamen de vier partijen van de stedelijke innovatiecirkel aan het woord. De kennisinstellingen werden vertegenwoordigd door Rob Raven, hoogleraar Innovatiestudies aan de Universiteit van Utrecht. Ferdi Licher, van het ministerie van BZK en vertegenwoordiger van de overheid, benadrukte de noodzaak van het versnellen en opschalen van stedelijke innovaties en ziet hier een belangrijke rol weggelegd voor Agenda Stad. Marien de Langen van woningcorporatie Stadgenoot vertegenwoordigde het bedrijfsleven en Erna Bosschart, van het netwerk Social Innovation Acceleration in Cities was gevraagd om namens de burgers te spreken.



De panelleden onderschreven alle vier het belang van het betrekken van burgers bij stedelijke innovaties. ‘Burgers kunnen uitstekend oplossingen verzinnen, maar dan moeten ze wel als serieuze gesprekspartner worden gezien. Pas dan kunnen we van hun denkkracht en innovatiekracht gebruik maken,’ aldus Erna Bosschart. Nederland staat nog voor een paar grote transities, zoals de energietransitie, waarbij stedelijke innovaties een belangrijke rol zullen. In de woningbouw is hier nog een wereld te winnen volgens Marien de Langen. Maar recente innovaties, zoals het vijfjarig huurcontract voor jongeren, laten zien dat er op korte termijn veel draagvlak gecreëerd kan worden. ‘Om de stedelijke innovatiecirkel rond te krijgen, zijn gedragsveranderingen noodzakelijk,’ aldus Co Verdaas. Er is institutioneel nog weinig ruimte om tot praktische en creatieve oplossingen te kunnen komen. Toch zijn de panelleden positief over de cultuurverandering die er gaande is waarbij partijen elkaar steeds beter weten te vinden en waarbij er steeds meer ruimte is om te experimenteren en innoveren. Dit leidt echter direct tot nieuwe vraagstukken, want wat komt er na de experimentele fase en hoe kunnen innovaties het beste opgeschaald en/of versneld worden?


Studio Relaas maakte een tekening (real time) van de meerwaarde van de samenwerking tussen de vier ‘hoeken’ van het speelveld. (Klik hier voor een grotere versie.)

We@ourownlivinglab
Het VerDuS-congres zelf is ook een soort living lab, aldus Verdaas. ‘We hebben vandaag een team van studenten van de NHTV Breda dat een drietal sociale experimenten zal doen.’


Karlijn Darwish coördineerde het NHTV-team en legde uit dat de studenten het onderzoek doen in het kader van een VerDuS-onderzoek naar 'smart hospitality'.

Vervolgens stelde Verdaas de drie duo’s van jonge onderzoekers en gemeentelijke ambtenaren voor die de hele dag op zoek zouden gaan naar antwoorden op de drie centrale vragen van de conferentie:
  • Wat is de meest effectieve manier om echte maatschappelijke impact voor stedelijke wetenschappelijke projecten te krijgen?
  • Welke best practices uit het buitenland moeten meteen in Nederland worden geïmplementeerd?
  • Welke vragen en problemen zijn op dit moment dringend en moeten worden opgepikt door onderzoeksconsortia van stedelijke experts?


V.l.n.r: Co Verdaas, Andrew Switzer, Dion Heinis, Thijs Koolmees, Frans Sengers, Merel Noorman en Niek Hinsenveld.

En tot slot stelde Verdaas de twee beeldende kunststudenten voor die de thematiek van de dag in een installatie zouden gaan verwerken.


Tale of two innovative cities
Het woord was vervolgens aan twee vertegenwoordigers van twee zeer innovatieve steden: Wenen en Amsterdam. Yvonne Franz is verbinden aan de Austrian Academy of Sciences en betrokken bij twee verschillende Europese onderzoeksprojecten binnen VerDuS. Jeroen Slot is hoofd van Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam; hij werkt in een van Franz’ projecten samen met haar. Samen vertelden ze over hun ervaringen met elkaar, met internationale samenwerking en living labs. Slot: ‘Ik ben al mijn hele leven gefascineerd door steden. Met de komst van Big Data verschijnt er een extra raam waardoor we naar de realiteit kunnen kijken. Het grappige van statistiek is, dat cijfers de werkelijkheid versimpelen en dat helpt soms wel bij het begrijpen ervan.’ Franz: ‘Sociale innovatie is een bijproduct van ons onderzoeksproject over het samenleven van verschillende culturen. Wenen staat bekend als innovatieve stad en dat is ingegeven door economische verandering. In de postindustriële samenleving van Oostenrijk moeten we een nieuw soort werkgelegenheidstop creëren. Wenen doet daarvoor ook zijn best en weet zich goed te verkopen. Maar wij als onderzoekers kijken dus vooral naar buurten – ook in het andere Europese project waaraan ik mee doe over gentrificatie.’ De meerwaarde van internationale samenwerking tussen onderzoekers en stedelijke partijen zit in het gezamenlijk leren. Slot: ‘In zo’n project maak je tijd om dieper te kunnen bestuderen wat er speelt in buurten. Je ziet welke mechanismen internationaal hetzelfde zijn. Verwacht echter niet dat er uit wetenschappelijk onderzoek kant en klare oplossingen komen. En combineer alle inzichten die het oplevert.’ Franz: ‘Dit soort projecten zijn een geweldig ‘excuus’ om te kunnen experimenteren. Er komt geld en momentum om als gezamenlijke partijen iets te doen. Je kunt als stad wetenschappers inschakelen, wat heel fijn is.’



Preview nieuwe call
Als slot van de plenaire sessie vertelde hoogleraar Filosofie van Mens en Techniek Peter-Paul Verbeek (Universiteit Twente) iets over het nieuwe NWO-programma 'Smart Culture - Creative Cities'. Deze valt niet onder VerDuS, maar heeft daar wel inhoudelijke verwantschap mee.




Oogst van de dag
Na de lunchpauze waren er drie rondes met parallelsessies (ronde 1, ronde 2 en ronde 3). Tussendoor deed de NHTV-groep de drie sociale experimenten. Helemaal aan het einde van de middag kwam iedereen weer samen in de grote zaal. 


De kunststudenten Matthew Lanning en Rick van Meel maakten een tweedelige installatie.

Allereerst lichtten de twee kunststudenten hun tweedelige installatie toe. Matthew Lanning: 'Mijn onderdeel van de installatie was de kromme wand met het kunstlicht. De wand is geïnspireerd op de vorm van de zogenoemde geodetische dome. Dat is een perfecte symmetrische vorm die in de natuur voorkomt. De verlichting en de behangetjes op de wand staan voor de voortschrijdende technologische ontwikkeling. Ik bedoel de installatie ook een beetje als commentaar op die technologie. In een bouwmarkt zie je bijvoorbeeld veel energiebesparende verlichting die aangeprezen wordt. Maar zoveel verlichting gebruiken is natuurlijk niet energiebesparend.'
Rick van Meel was verantwoordelijk voor de animatie op het beeldscherm. 'Je ziet hier een virtuele werkelijkheid. Ik bestudeer de onderliggende stedelijke structuren die daarin zitten. Ik heb daarvoor een bestaande game gebruikt. Steden worden steeds digitaler en steeds meer aangestuurd vanuit een netwerk. Dat levert nieuwe mogelijkheden op, maar ook nieuwe problemen. Met mijn werk probeer ik dus simulaties van de stad te observeren.'


De NHTV’ers vertelden over de verrassende uitkomsten van hun experimenten. Een ervan ging over het actief betrekken van congresdeelnemers via het maken van foto's en Twitter.




De drie duo’s van jonge wetenschappers en gemeentelijke beleidsmakers koppelden tenslotte de oogst van de dag terug. Thijs Koolmees (gemeente Amsterdam) en Merel Noorman (Universiteit Maastricht) merkten onder meer op dat het belangrijk is om bij experimenten de tijd te nemen voor reflectie. Het is goed om af en toe stil te blijven staan bij de vraag of het experiment wel het maatschappelijke belang dient en of we wel het juiste doen. Niek Hinsenveld (gemeente Enschede) en Frans Sengers (Universiteit Utrecht) vroegen zich af of we niet veel beter van elkaars fouten kunnen leren in plaats van (buitenlandse) voorbeelden waar het goed gaat. ‘De volgende keer dus een Faalfestival in plaats van een congres met goede voorbeelden,’ grapte Co Verdaas. Het derde duo, Andrew Switzer (Hogeschool van Amsterdam) en Dion Heinis (gemeente Haarlem) ging in hun bijdrage in op de risicoverdeling van experimenten. Experimenten kunnen nu eenmaal mislukken, maar hoe creëer je de ruimte om hiermee om te kunnen gaan en hoe verdeel je de risico’s? Daarnaast zouden experimenten niet alleen gericht moeten zijn op quick wins, maar ook meer fundamentele vragen centraal stellen. ‘Het lerend vermogen van stedelijke innovaties en experimenten is eigenlijk nog te beperkt; er is behoefte aan meer kennisoverdracht en aan systeemverankering.’ Het congres werd afgesloten met een walking dinner – net als de lunch geheel verzorgd door lokale ondernemers.