Vierde VerDuS-congres bol van kennis van en voor stedelijke opgaven
Grote, middelgrote en kleine VerDuS SURF-projecten: het zijn er inmiddels 50! Onderzoekers en praktijkpartijen van een groot aantal van deze projecten en andere geïnteresseerden in kennis voor stedelijke opgaven deelden hun bevindingen en ervaringen met elkaar in de Mariënhof te Amersfoort. Men was het erover eens dat robuuste kennis beleid verder helpt. Maar wat te doen met politici en burgers die deze degelijke grondslagen niet kennen en zich laten meeslepen door andere verhalen? Deze en andere vragen gaven iets om op te kauwen.

De dag begon met de openingswoorden van Fatma Koşer Kaya, wethouder voor onder meer economie, smart city, milieu en circulariteit. ‘We leven in tijden van verandering. De ruimte is schaars, maar onze opgaven en ambities zijn groot. Hoe kunnen we bijvoorbeeld bouwen voor iedereen? Kennis is onontbeerlijk bij dit soort opgaven. Daarbij geldt ook dat echte verandering van onderop komt en pas ontstaat als we over onze eigen grenzen heen kijken.’

Innovatie in mobiliteit geremd door Brexit
Frank van Oort, eerste keynote spreker, sloot daar naadloos op aan (PDF). Van Oort is hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit in de regionale en urbane economie. ‘Beleid moet niet op verhalen gebaseerd zijn, maar op robuuste kennis. Als ze in het Verenigd Koninkrijk niet nu pas onderzoek hadden laten doen, maar al eerder, dan had niemand de Brexit gewild: de economische consequenties ervan zullen gigantisch zijn. Juist de mensen die hopen er door de Bexit op vooruit te gaan, zullen dat niet gaan. De automotive-industrie zal naar Europa trekken, want auto-onderdelen gaan al snel vier keer een grens over voordat ze in Engeland arriveren om in een auto gezet te worden. Dat wordt onbetaalbaar. Innovatieve ontwikkelingen waar we het binnen VerDuS SURF over hebben zoals mobility as a service en zelfrijdende voertuigen – daar heeft niemand het in het Verenigd Koninkrijk meer over. Er zal meer ongelijkheid ontstaan en meer frictie tussen regio’s. Straks zet het Engelse platteland zich niet meer af tegen de EU, maar tegen Londen.’

Verder hield Van Oort een pleidooi voor het naast elkaar laten bestaan van nieuwe economische gebieden en de oude, vitale binnensteden. ‘Zij hebben elkaar nodig.’ Ook gaf hij aan dat de rol van de overheid vooral faciliterend moet zijn en niet zozeer sturend.



Besturen en ambtelijk adviseren: echte ambachten
Aansluitend voerde dagvoorzitter Pieter Hooimeijer een gesprek met Van Oort, Lilian van den Aarsen (directeur Kennis, Innovatie en Strategie bij Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat), Fatma Koşer Kaya (wethouder in Amersfoort) en Hamit Karakus (directeur van Platform31). Eén van de onderwerpen was hoe om te gaan met populisme; de kennis die wordt uitgewisseld tussen onderzoekers en beleidsmakers bereikt niet alle burgers en alle politici. Koşer Kaya: ‘Belangrijk is vooral dat je als bestuurder geen ‘pusher’ wordt, maar kennis en inhoud voorop blijft zetten. Verder geloof ik vooral in goed onderwijs, waaraan we hier in Amersfoort ook actief werken in samenwerking met het bedrijfsleven. Zo krijgen we goed opgeleide mensen en minder invloed van de onderbuik.’

Karakus legde de focus op andere elementen uit Van Oort's presentatie: ‘De grote stedelijke opgaven staan bij de steden wel op het netvlies. Maar wat ik nog wel eens mis is de actiegerichtheid, de relatie met de arbeidsmarkt en de rol van het MKB. De bedrijven lijken nog niet allemaal aangesloten te zijn op de grote ontwikkelingen.’ Van Oort: ‘De arbeidsmarkt is inderdaad de achilleshiel.’

Van den Aarsen vroeg aandacht voor de rol van de overheid bij kennisontwikkeling: ‘Het klopt dat kennis en beleid elkaar nodig hebben; de vraag is welke rol als overheid je wanneer moet pakken. Soms moet je kaderstellend zijn, soms faciliterend. We werken onder meer aan VerDuS SURF en het programma Kennis voor Decentrale Overheden. De benutting van kennis door beleidsmakers is nog wel vers twee. En de politieke wereld is weer een andere dan de beleidswereld. In elk geval is het belangrijk om als ambtenaar je vak als adviseur goed te verstaan.’

Vervolgens vond de eerste ronde met drie parallelsessies plaats.

Georganiseerde onverantwoordelijkheid
Na de lunchpauze was het woord aan de tweede keynote spreker Ellen van Bueren, hoogleraar Urban Development Management aan de Technische Universiteit Delft (PDF). Kernboodschap was dat we met transformatie en transitie in steden te maken hebben met grote ‘wicked’ problemen en een vorm van georganiseerde onverantwoordelijkheid. ‘De veranderopgave is grotendeels institutioneel van aard. We zitten in een gelaagd proces van verandering met al die verschillende actoren in de publieke en private sector. Ik zie daarbij nog wel een gat tussen twee niveaus waarop we bezig zijn: het niveau van praten en plannen – denk aan al die tafels waarop akkoorden worden gesloten – én het niveau van experimenteren en doen. Hoe kunnen we die beter op elkaar laten doorwerken? Er gebeurt in de praktijk veel goeds in livings labs en experimenten. Maar die zijn vaak niet kopieerbaar en bij de legitimiteit ervan kun je soms ook vraagtekens zetten. De vraag is ook of nieuwe instrumenten als de NOVI, de Omgevingswet en de Klimaatwet ons daarbij gaan helpen en wie de regierol pakt. Of blijft het een beetje doormodderen?’



Doormodderen is goed
In een gesprek met Emiel Reiding (directeur Nationale Omgevingsvisie, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en TUD-hoogleraar Hans de Bruijn (Public Administration/Organisation and Management) wilde De Bruijn meteen inhaken op het doormodderen: ‘Dit klassieke ‘muddling through’ dat we kennen van de omgang met lastige problemen waarbij vele actoren zijn betrokken, moeten we niet als iets negatiefs zien. Het hoort erbij en leidt zeker uiteindelijk wel tot voortgang. Het is juist goed dat we niet uitgaan van ‘grand designs’. Doormodderen is onontkoombaar; het enige echte probleem hierbij kan de legitimiteitsvraag zijn.’

Ook Emiel Reiding was van mening dat we de complexiteit van de opgaven niet kunnen en moeten ontlopen. ‘Belangrijk is dat we niet verder gaan decentraliseren en ook niet gaan re-centraliseren, en dat we tegelijkertijd niet in de oude putjes van het sectoraal denken terugvallen. De sleutel zit in het precies lokaliseren van de problemen én de oplossingen. Daarom zie ik ook veel in de benadering van de zogenoemde perspectiefgebieden die we bieden in de Nationale Omgevingsvisie.’

Afscheid van het oliemannetje
Voor de zaal weer uiteenging voor de deelsessies in de middag, zette dagvoorzitter Pieter Hooimeijer iemand in het zonnetje. Het betrof VerDuS-netwerkmanager Jan Klinkenberg die met vervroegd pensioen ging. ‘Jij was ons oliemannetje en hebt heel veel betekend voor VerDuS en SURF. We zullen je missen, maar komen je ook vast nog wel eens tegen – met name in het mobiliteitscircuit, al is het maar letterlijk op de fiets!’



Vervolgens vonden de tweede ronde en derde ronde met drie parallelsessies plaats. De dag werd afgesloten met een netwerkborrel.